ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6435
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet bewezen
Eisers, voormalig gehuwd en met minderjarige kinderen, kregen hun bijstandsuitkeringen ingetrokken wegens vermeende gezamenlijke huishouding. Verweerder stelde dat eiser en eiseres hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, gebaseerd op verklaringen van sociale recherche en getuigen.
De rechtbank constateerde echter dat het bewijs onvoldoende was. Getuigen verklaarden aanvankelijk anders dan later bij de rechter-commissaris, waarbij de rechtbank meer gewicht toekende aan de latere verklaringen. Ook ontbraken belangrijke stukken van de sociale recherche in het dossier, en was er geen huisbezoek verricht om de feitelijke woonsituatie vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat eiser en eiseres niet bewezen gezamenlijk een huishouden voerden en vernietigde de bestreden besluiten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot intrekking van de bijstand en veroordeelt de gemeente tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding.