ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6968

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
424135
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 FwArt. 46 AdvocatenwetArt. 279 lid 3 RvArt. 362 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken advocaat ter zitting

De Ontvanger van de Belastingdienst diende een verzoek tot faillietverklaring in, maar verscheen zonder advocaat op de faillissementszitting. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het persisteren in een verzoek tot faillietverklaring vereist dat een advocaat aanwezig is tijdens de zitting. Dit is gebaseerd op artikel 5 van Pro de Faillissementswet en de noodzaak dat een advocaat niet alleen inhoudelijke kennis heeft, maar ook bekend is met procesregels.

De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van een advocaat de kwaliteit en waarborgen van de faillissementsprocedure ondermijnt, mede vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen van een faillietverklaring. De aanwezigheid van een advocaat is ook belangrijk omdat deze onderworpen is aan het tuchtrecht, wat een extra waarborg biedt.

Hoewel de Ontvanger stelde dat een advocaat niet verplicht is en verwees naar artikel 279 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wees de rechtbank dit af. Artikel 362 lid 2 Faillissementswet Pro sluit de toepassing van dat artikel uit in faillissementszaken. Praktische bezwaren tegen verplichte advocaatvertegenwoordiging werden eveneens niet geaccepteerd.

Omdat voorafgaand aan de zitting telefonisch was medegedeeld dat de advocaat niet zou verschijnen, achtte de rechtbank aanhouding niet zinvol. Daarom werd het verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens het ontbreken van een advocaat tijdens de zitting.

Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen omdat de verzoeker zonder advocaat ter zitting verscheen.

Uitspraak

rekestnummer: 424135/FT-RK 09.661 afwijzing faillietverklaring
uitspraakdatum: 15 mei 2009
RECHTBANK AMSTERDAM
SECTOR CIVIEL RECHT
BESCHIKKING
Ter griffie van deze rechtbank is op 3 april 2009 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
verzoeker,
advocaat mr. H. De Coninck- Smolders.
Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:
[A],
geboren op -- te --,
woonadres: --, --,
handelend onder de namen ELTEZZ PROJECTS & BOUW en ELTEZZ JEANS,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nummer 34277019,
vestigingsadres: 1067 XA Amsterdam, Adriaan Dorsmanstraat 37.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 12 mei 2009.
Bij die gelegenheid heeft gerekestreerde de vordering van verzoeker betwist.
Voorafgaande aan de zitting heeft de advocaat van verzoeker telefonisch aan de rechtbank laten weten niet te zullen verschijnen, ook niet in geval de rechtbank de behandeling vanwege de afwezigheid van een advocaat zou aanhouden.
Ter zitting is namens verzoeker verschenen de behandelend ambtenaar, mevrouw [B]. Zij verklaarde dat zij ter zitting niet werd bijgestaan door een advocaat en dat de Ontvanger zich op het standpunt stelt dat zulks ook niet verplicht is.
De rechtbank volgt verzoeker hierin niet en overweegt daartoe het volgende.
Ingevolge het bepaalde in artikel 5 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw) worden verzoekschriften tot faillietverklaring ingediend door een advocaat. Naar het oordeel van de rechtbank beperkt de verplichte procesvertegenwoordiging zich niet tot het ondertekenen en indienen van het inleidende stuk.
Naar heersende rechtsopvatting strekt het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging er onder meer toe de rechter in staat te stellen zijn taak op adequate wijze uit te oefenen, door te verzekeren dat de zaak wordt behandeld en gepresenteerd door gekwalificeerde raadslieden, die in staat zijn een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting te geven van het standpunt van de procespartij voor wie zij optreden.
Deze strekking brengt mee dat artikel 5 lid 1 van Pro de Faillissementswet aldus moet worden opgevat dat daarin mede de eis wordt gesteld dat de zaak ter zitting wordt behandeld door een advocaat. Het voeren van een faillissementsprocedure vereist specifieke kennis en vaardigheden, waardoor het belang van goede voorlichting ten overstaan van de rechter en de handhaving van de kwaliteit van de procedure slechts afdoende zijn gewaarborgd indien de belangen van een verzoeker ter faillissementszitting worden vertegenwoordigd door een advocaat.
Het argument dat ook (of: juist) de behandelend ambtenaar die ter zitting verschijnt zeer wel op de hoogte is van het dossier, brengt niet zonder meer mee dat hij ook procedureel voldoende onderlegd is. Van raadslieden daarentegen mag worden verwacht dat zij niet alleen voldoende inhoudelijke kennis hebben van het dossier maar tevens op de hoogte zijn van de procesregels.
Dit klemt te meer nu de faillissementszitting tevens een rolzitting is, waarop proceshandelingen als persisteren, aanhouding verzoeken en intrekken kunnen worden verricht. In dit kader moet verder worden bedacht dat indien het De Ontvanger is toegestaan zonder advocaat op de faillissementszitting te verschijnen, dit ook geldt voor alle andere verzoekers.
De belangen van gerekestreerde en de ingrijpende gevolgen van diens eventuele faillietverklaring brengen mee dat de faillissementsprocedure met voldoende waarborgen dient te zijn omkleed.
Dat een advocaat, anders dan een medewerker van de Belastingdienst of een andere verzoeker die zonder advocaat bij een faillissementszitting zou willen verschijnen, op grond van artikel 46 van Pro de Advocatenwet, aan tuchtrecht is onderworpen indien hij of zij handelt in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, is een extra waarborg voor de kwaliteit van de behandeling van een faillissementsverzoek. Ook aan die extra waarborg hecht de rechtbank betekenis, gelet op het specifieke karakter van de faillissementszitting waar naar aanleiding van een summiere behandeling een ingrijpende en over het algemeen grotendeels onomkeerbare beslissing moet worden genomen.
Het bepaalde in artikel 279, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waaruit volgt dat in zaken waarin het verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat, de opgeroepenen, onder wie de verzoeker, ook zonder advocaat kan verschijnen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Artikel 362, tweede lid, Fw bepaalt immers dat de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (waarin artikel 279 is Pro opgenomen) niet van toepassing is op verzoeken ingevolge de Faillissementswet. De rechtbank ziet ook, gelet op de overwegingen hiervoor, geen aanleiding tot overeenkomstige toepassing van genoemd artikel.
Ook de door de Ontvanger genoemde praktische bezwaren tegen de verplichte aanwezigheid van een advocaat ter terechtzitting, brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat voor het persisteren in een verzoek tot faillietverklaring de aanwezigheid van een advocaat bij de behandeling is vereist. In het onderhavige geval is aan dit vereiste niet voldaan; er is geen advocaat namens verzoeker ter zitting verschenen en een aanhouding om verzoeker in de gelegenheid te stellen alsnog met een advocaat te verschijnen was, gelet op de telefonische mededeling van de advocaat voorafgaande aan de zitting, niet zinvol.
Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.
B E S L I S S I N G:
de rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.E. Geradts en in raadkamer uitgesproken op 15 mei 2009 te 11:00 uur.