ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6968
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken advocaat ter zitting
De Ontvanger van de Belastingdienst diende een verzoek tot faillietverklaring in, maar verscheen zonder advocaat op de faillissementszitting. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het persisteren in een verzoek tot faillietverklaring vereist dat een advocaat aanwezig is tijdens de zitting. Dit is gebaseerd op artikel 5 van Pro de Faillissementswet en de noodzaak dat een advocaat niet alleen inhoudelijke kennis heeft, maar ook bekend is met procesregels.
De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van een advocaat de kwaliteit en waarborgen van de faillissementsprocedure ondermijnt, mede vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen van een faillietverklaring. De aanwezigheid van een advocaat is ook belangrijk omdat deze onderworpen is aan het tuchtrecht, wat een extra waarborg biedt.
Hoewel de Ontvanger stelde dat een advocaat niet verplicht is en verwees naar artikel 279 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wees de rechtbank dit af. Artikel 362 lid 2 Faillissementswet Pro sluit de toepassing van dat artikel uit in faillissementszaken. Praktische bezwaren tegen verplichte advocaatvertegenwoordiging werden eveneens niet geaccepteerd.
Omdat voorafgaand aan de zitting telefonisch was medegedeeld dat de advocaat niet zou verschijnen, achtte de rechtbank aanhouding niet zinvol. Daarom werd het verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens het ontbreken van een advocaat tijdens de zitting.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen omdat de verzoeker zonder advocaat ter zitting verscheen.