ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9918
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid luchtvaartmaatschappij voor letsel door vallende handbagage aan boord
Op 15 januari 2006 raakte A aan boord van een El Al vlucht gewond doordat een medepassagier een bagagestuk liet vallen op haar hoofd. A vordert aansprakelijkheid van El Al voor de hierdoor ontstane materiële en immateriële schade, waaronder verlies van een oorbel.
El Al betwist aansprakelijkheid en stelt dat het Verdrag van Montreal van toepassing is, dat het incident niet als een ongeval kwalificeert en dat het personeel niet onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt echter dat het Verdrag van Warschau en de bijbehorende protocollen van toepassing zijn, omdat Israël geen partij is bij het Verdrag van Montreal.
De rechtbank benadrukt dat onder het Warschau-systeem een ruime uitleg van het begrip "ongeval" geldt met een vermoeden van aansprakelijkheid, tenzij overmacht wordt bewezen. El Al wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of sprake is van een ongeval en overmacht. Ook wordt El Al verzocht zich uit te laten over de aansprakelijkheid voor het verlies van de oorbel.
De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en reactie van partijen, waarbij verdere beslissing wordt uitgesteld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de kwalificatie van het incident als ongeval en overmacht.