ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9922
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad bij aanhouding en aangifte winkelpersoneel wegens vermoedelijke oplichting
Op 9 april 2007 werd A door medewerkers van Mignon City, exploitant van drogisterij DA Beauté, aangehouden op verdenking van oplichting. A wilde producten retourneren met een bon, maar beveiliging zag dat zij de goederen kort tevoren uit het schap had gepakt en nog niet had betaald. De medewerkers deden aangifte van oplichting bij de politie.
A vorderde vervolgens schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, stellende dat de aanhouding en aangifte onzorgvuldig en lichtvaardig waren gedaan zonder wederhoor. Mignon City stelde dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op het moment van aanhouding en aangifte, gebaseerd op observaties van het winkelpersoneel en beveiliging.
De rechtbank oordeelde dat het niet uitmaakt dat A later in de strafzaak werd vrijgesproken; het gaat om het moment van aanhouding en aangifte. Gezien de waarnemingen van het personeel was een redelijke verdenking aanwezig. Ook het openbaar ministerie besloot tot vervolging op basis van het dossier. Het verweer dat het beginsel van hoor en wederhoor werd geschonden faalde, omdat A op de hoogte was gesteld van de verdenking en haar verhaal niet geloofd werd. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad wordt afgewezen en A wordt veroordeeld in de proceskosten.