ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ2510
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermogen boven grens niet gegrond verklaard
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering die door verweerder werd ingetrokken met ingang van 27 augustus 2004, op grond van vermeend vermogen boven de vermogensgrens. Na bezwaar en eerdere procedure wijzigde verweerder de grondslag van het besluit meerdere malen. De rechtbank oordeelde in een eerdere uitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en verweerder opdroeg een nieuwe beslissing te nemen.
In de nieuwe procedure handhaafde verweerder het besluit opnieuw op basis van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB in samenhang met artikel 17 van Pro de WWB, stellende dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden. Eisers voerden aan dat verweerder buiten de grenzen van de eerdere uitspraak trad en dat de grondslag onvoldoende was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd bleef het besluit op die artikelen te baseren, maar oordeelde inhoudelijk dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden ondanks het vermogen van eisers. Verweerder was daarom niet bevoegd tot intrekking. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar eisers kregen het griffierecht en proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd.