ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3532
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en terugvordering bijstand in geschil
Eisers ontvingen bijstand als alleenstaande, maar verweerder stelde dat zij in de periode van 19 augustus 2003 tot en met 13 december 2004 een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot herziening en terugvordering van de bijstand. Eisers betwistten dit en stelden dat zij pas in juni 2005 gingen samenwonen.
De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder een rapport van de Sociale Dienst Amsterdam, verklaringen van buren en getuigen, en eigen verklaringen van eiseres. Hoewel sommige getuigenverklaringen niet overtuigend waren, vond de rechtbank de verklaring van eiseres zelf, waarin zij verklaarde gemiddeld 2 tot 4 nachten per week bij eiser te verblijven sinds 2002, aannemelijk.
Verder concludeerde de rechtbank dat gezien de langdurige relatie en eerdere samenwoonperiodes, er sprake was van wederzijdse zorg en een gezamenlijke huishouding. Verweerder was daarom bevoegd de bijstand terug te vorderen en het beroep van eisers werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand is terecht.