ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4236
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzuim leerplichtige door gezaghebbende en verwerping beroep overmacht noodtoestand
De zaak betreft een gezaghebbende die wordt verweten niet te hebben gezorgd dat een minderjarige leerplichtige geregeld naar school ging in de periode van 6 september 2006 tot en met 23 maart 2007. De leerplichtige stond ingeschreven op een school te Amsterdam, maar was meerdere dagen afwezig.
De verdediging voerde aan dat de leerplichtige ziek was en dat er sprake was van een onveilig schoolklimaat, waardoor een beroep op overmacht in de zin van een noodtoestand gerechtvaardigd zou zijn. Dit werd onderbouwd met verwijzingen naar gezondheidsproblemen en pedagogische tekortkomingen van de school.
De rechtbank oordeelde dat het verzuim wettig en overtuigend bewezen was en dat de verdediging onvoldoende bewijs leverde voor de ziekte en het ontbreken van een juiste ziekmelding. Het beroep op overmacht werd verworpen omdat de noodtoestand niet aannemelijk was gemaakt en de school geen mishandeling had gepleegd. Ook werd geoordeeld dat de gezaghebbende onvoldoende had geprobeerd samen met school en leerplichtambtenaar tot een oplossing te komen.
Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en de positieve ontwikkelingen na de feiten, besloot de rechtbank geen straf op te leggen maar artikel 9a Wetboek van Strafrecht toe te passen, waarmee de zaak wordt afgedaan zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar verklaard maar er wordt geen straf opgelegd vanwege toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht.