ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4256
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- M. van Mourik
- H.P.H.I. Cleerdin
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens ontbreken garantie nieuw proces na verstekvonnis in Poolse strafzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar en vier maanden. De verdachte was veroordeeld door een Poolse rechtbank bij verstek, omdat hij niet persoonlijk was opgeroepen voor de bekrachtigingszitting van de overeenkomst tussen hem en de Poolse officier van justitie.
De rechtbank onderzocht of deze procedure voldeed aan de eisen van het EVRM en de Nederlandse Overleveringswet (OLW). Zij concludeerde dat het vonnis als een verstekvonnis in de zin van artikel 12 OLW Pro moet worden beschouwd, wat inhoudt dat overlevering alleen kan plaatsvinden als de verdachte de garantie krijgt om na overlevering een nieuw proces te kunnen verzoeken en aanwezig te zijn bij de terechtzitting.
Omdat de Poolse autoriteiten geen dergelijke garantie konden geven, besloot de rechtbank de overlevering te weigeren. De rechtbank benadrukte dat de verdachte niet in persoon was opgeroepen en dat het recht om aanwezig te zijn niet stilzwijgend kan worden opgegeven. De procedure werd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen alsnog een garantie te verkrijgen, maar uiteindelijk werd de overlevering geweigerd vanwege het ontbreken daarvan.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van een garantie voor een nieuw proces na verstekvonnis.