ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4803
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging invulling gedragsbeïnvloedende maatregel wegens interpretatieverschil over plaatsing JOC
De officier van justitie verzocht op 9 maart 2009 bij de rechtbank Amsterdam om wijziging van de invulling van een eerder opgelegde gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM), waarbij de voorwaarde van plaatsing in de halfgesloten civiele afdeling van het Jongeren Opvangcentrum (JOC) voor drie maanden zou komen te vervallen.
Tijdens de zitting op 11 maart 2009 werden de officier van justitie, de veroordeelde, diens raadsvrouw, de moeder en een vertegenwoordiger van de jeugdreclassering gehoord. Er bleek een interpretatieverschil te bestaan tussen de rechtbank en het openbaar ministerie enerzijds en het Ministerie van Justitie anderzijds over de aard van de plaatsing in het JOC: de eerste zien dit als een vrijheidsbeperkende maatregel passend binnen de GBM, het ministerie kwalificeert dit als vrijheidsbeneming en daarmee ongeschikt voor de GBM.
De jeugdreclassering gaf aan dat door dit verschil de begeleiding en hulpverlening stagneerden. Inmiddels was de veroordeelde gestart met het Roadrunner-project en zou de MST-behandeling mogelijk aangepast moeten worden. De veroordeelde toonde zich bereid mee te werken. De rechtbank oordeelde dat de wijziging in het belang is van de ontwikkeling van de veroordeelde en wees de vordering toe, waarbij de plaatsing in het JOC werd geschrapt.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de gedragsbeïnvloedende maatregel door de schrapping van de plaatsing in het Jongeren Opvangcentrum.