ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4828
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verstrekken en bezit van cocaïne en heroïne ondanks verweren onrechtmatigheid fouillering
Op 21 juli 2009 heeft de politierechter van de Rechtbank Amsterdam verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens het opzettelijk verstrekken van cocaïne en heroïne aan een gebruiker en het bezit van deze verdovende middelen. De feiten betroffen de periode van 12 tot en met 16 maart 2009 in Amsterdam.
Verdachte werd op 16 maart 2009 staande gehouden en gefouilleerd nadat hij met een fiets een woning bezocht waar een bekende harddruggebruiker woonde. De staandehouding en fouillering werden door de verdediging aangevochten wegens vermeende onrechtmatigheid, waaronder het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en het niet geven van de cautie. De rechtbank oordeelde echter dat aan de wettelijke vereisten voor staandehouding en kledingonderzoek was voldaan, dat de cautie wel was gegeven, en dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verbalisanten, de omstandigheden van de staandehouding, en de aangetroffen hoeveelheden cocaïne en heroïne. Verdachte had ook geprobeerd de gebruiker te stimuleren nieuwe gebruikers aan te brengen door gratis drugs te verstrekken. De rechtbank achtte de straf passend gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte, en legde een straf op die lager was dan door de officier van justitie gevorderd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor het verstrekken en bezit van cocaïne en heroïne.