ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4881
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- W.M. van den Bergh
- J.J. Bade
- N.A.J. Purcell
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inverzekeringstelling wegens schending consultatierecht verdachte
Verdachte werd op 10 mei 2009 aangehouden op verdenking van handel in en bezit van verdovende middelen. Na een kort politieverhoor werd verdachte direct in verzekering gesteld. De raadsman van verdachte probeerde diezelfde dag nog contact te krijgen, maar werd aanvankelijk de toegang tot verdachte ontzegd terwijl de verhoren al plaatsvonden.
De rechtbank stelt vast dat sinds de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Salduz en Panovits) het recht op consultatie van een raadsman voorafgaand aan het politieverhoor een fundamenteel recht is. Hoewel verdachte niet expliciet om consultatie had gevraagd, was het verzoek van de raadsman voldoende om dit recht te activeren.
De rechtbank oordeelt dat het ontzeggen van toegang tot verdachte door de politie een schending van dit fundamentele recht inhoudt. Deze schending vond plaats tijdens de inverzekeringstelling, terwijl de raadsman al aanwezig was. Dit leidt tot de conclusie dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was. De rechtbank wijst het hoger beroep van de officier van justitie af en bevestigt de beslissing van de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie is afgewezen en de inverzekeringstelling is onrechtmatig verklaard wegens schending van het consultatierecht.