ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4886
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- W.M. de Vries
- G. Demmink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk nalaten gegevensverstrekking bij bijstandsuitkering
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van relevante gegevens aan de Gemeentelijke Sociale Dienst en later de Dienst Werk en Inkomen te Amsterdam in de periode van 16 oktober 2003 tot en met 4 maart 2008. Verdachte en haar mededader ontvingen gedurende deze periode een bijstandsuitkering, waarbij zij verzwegen dat zij samenwoonden, dat medeverdachte werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving, en dat zij beiden onroerend goed in Turkije bezaten.
De rechtbank stelde vast dat verdachte en medeverdachte samenwoonden en een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks hun scheiding in 2004. Tevens werd bewezen dat medeverdachte oncontroleerbare inkomsten had uit zwart werk en dat verdachte hiervan op de hoogte was. Verdachte had ook vermogen in de vorm van onroerend goed dat niet was gemeld. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij onjuiste gegevens verstrekte en daarmee opzet had.
De officier van justitie had een werkstraf van 240 uur geëist, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en vervangende hechtenis bij niet-naleving. De rechtbank volgde deze eis, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, met een proeftijd van 2 jaar en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.
De rechtbank benadrukte de ondermijning van het sociale zekerheidsstelsel door dergelijke fraude en het negatieve effect op het draagvlak in de samenleving. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het opzettelijk nalaten van gegevensverstrekking, wat kon leiden tot bevoordeling bij de uitkering.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden wegens opzettelijk nalaten van gegevensverstrekking bij bijstandsuitkering.