ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ5427
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Verbod op parate executie hypotheek door bank wegens onvoldoende bewijs fraude eisers
Eisers, een gehuwd stel en bestuurder/aandeelhouder van een hypotheekadviesbedrijf, sloten in 2005 twee hypothecaire geldleningen bij ING Bank voor de aankoop van twee woningen. ING stelde hen in verband met vermeende betrokkenheid bij meerdere fraudezaken rond hypotheekaanvragen via hun bedrijf Tranzparanz. ING eiste de leningen op en kondigde openbare verkoop van de woningen aan.
Eisers erkenden een eenmalige fout bij het ondertekenen van een valse werkgeversverklaring voor een kennis, maar ontkenden betrokkenheid bij andere fraudezaken. ING baseerde haar opzegging op algemene voorwaarden die vervroegde opeisbaarheid bij onwaarheden toestaan en op het beëindigen van de relatie volgens artikel 30 van Pro de algemene voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is dat eisers bij andere fraudezaken betrokken zijn en dat ING daarom niet gerechtvaardigd is om de hypotheken op te eisen en executie te starten. Wel staat het ING vrij de relatie te beëindigen als het strafrechtelijk onderzoek nieuwe feiten oplevert. ING werd veroordeeld in de proceskosten en een dwangsom opgelegd bij overtreding van het verbod.
Uitkomst: ING Bank is verboden over te gaan tot parate executie van hypotheken zolang niet voldoende aannemelijk is dat eisers betrokken zijn bij andere fraudezaken.