ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ6496
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing overleveringsdetentie wegens buitensporig geweld door Poolse politie
De opgeëiste persoon, van Poolse nationaliteit, werd op 27 februari 2009 overlevering aan Polen toegestaan en is sindsdien in detentie ter voorbereiding van die overlevering. De feitelijke overlevering, gepland voor 6 maart 2009, mislukte doordat de opgeëiste persoon zich verzette en Poolse politieagenten buitensporig geweld toepasten, waaronder slaan en trappen terwijl hij geboeid was.
Door dit geweld kon de overlevering niet doorgaan en werd de opgeëiste persoon medisch behandeld. Sindsdien is zijn gevangenhouding steeds verlengd, maar feitelijke overlevering bleef uit. De opgeëiste persoon heeft een asielaanvraag ingediend, waardoor de procedure naar verwachting pas in begin 2010 afgerond zal zijn.
De rechtbank overweegt dat schorsing van overleveringsdetentie in principe alleen mogelijk is zolang geen rechterlijke beslissing tot overlevering is genomen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het buitensporige geweld van de Poolse politie vormt zo’n bijzondere omstandigheid die de belangen van de opgeëiste persoon zwaarder doet wegen dan het belang van de uitvaardigende lidstaat.
De rechtbank concludeert dat gezien de lange detentieduur en het ontbreken van zicht op spoedige feitelijke overlevering, de belangen van de opgeëiste persoon om in vrijheid het verdere verloop van zijn overlevering af te wachten prevaleren. Daarom wordt de overleveringsdetentie geschorst.
Uitkomst: De rechtbank schorst de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon vanwege het buitensporige geweld door Poolse politie en het ontbreken van zicht op feitelijke overlevering.