ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ6828
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor tekortschieten in saldibewakings- en waarschuwingsplicht bij effectenkrediet
Herrewijn sloot in 2000 een kredietovereenkomst met de bank om aandelen Philips te kopen, waarbij zijn portefeuille al voornamelijk uit Philips-aandelen bestond. Na een koersdaling vond in 2002 een gedwongen verkoop plaats. Herrewijn vorderde schadevergoeding wegens tekortkomingen van de bank in haar saldibewakings- en waarschuwingsplicht.
De rechtbank stelde vast dat de bank niet voldoende had gewaarschuwd voor de risico's van het beleggen met geleend geld en de eenzijdige samenstelling van de portefeuille voorafgaand aan de uitbreiding in 2000. Hoewel er later in 2001 wel uitdrukkelijke waarschuwingen waren, waren deze onvoldoende om de eerdere tekortkomingen te compenseren.
De schade werd begroot op basis van de gegevens over de aanschaf- en verkoopprijzen van de aandelen en de winst of verlies op andere beleggingen. De rechtbank hield rekening met eigen schuld van Herrewijn, die bewust had gekozen voor een eenzijdige portefeuille en slechts gedeeltelijk had verkocht na waarschuwingen. Uiteindelijk werd 75% van de schade aan Herrewijn toegerekend, waardoor de bank aansprakelijk werd gesteld voor 25% van de schade plus rente.
De rechtbank stelde Herrewijn in de gelegenheid om nadere berekeningen van de betaalde rente te overleggen en hield de verdere beslissing aan totdat deze stukken waren ingediend.
Uitkomst: De bank is aansprakelijk voor 25% van de door Herrewijn geleden schade wegens tekortschieten in haar zorg- en waarschuwingsplicht.