ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7389
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugbetaling bijstandsverhaal na geslaagde ontkenning vaderschap
Partijen waren gehuwd en kregen twee kinderen. Na echtscheiding betaalde de man als vermeende vader bijstandsverhaal aan de gemeente voor de kinderen. Later ontkende hij het vaderschap succesvol via DNA-onderzoek. Hij vorderde vervolgens van de moeder vergoeding van de door hem betaalde bedragen, stellende dat zij onrechtmatig handelde door het vaderschap te verzwijgen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 1:202 lid 3 BW Pro geen uitzondering maakt voor schadevorderingen gebaseerd op onrechtmatige daad, ook niet als de schade bestaat uit bijstandsverhaal. Dit artikel sluit terugvordering van kosten van verzorging en opvoeding uit na ontkenning vaderschap.
De rechtbank liet in het midden of de moeder verwijtbaar handelde en of er sprake was van onrechtmatige daad, maar concludeerde dat de wet geen verplichting tot vergoeding schept. De vordering werd afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van betaalde bijstandsverhalen wordt afgewezen.