ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7573
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon voor niet informeren over gewijzigde beveiligingseisen bij oversluiten verzekering
De zaak betreft een geschil tussen [A], eiser, en [B], verzekeringstussenpersoon, over de aansprakelijkheid van laatstgenoemde voor het niet adequaat informeren van [A] over verschillen in beveiligingseisen bij het oversluiten van een bedrijfsverzekering van UAP naar Aegon.
[A] stelde dat de nieuwe polis bij Aegon strengere eisen stelde aan de inbraakbeveiliging, waaronder de verplichting tot een 'Borg' gecertificeerde beveiligingsinstallatie en een onderhoudscontract, terwijl de oude polis bij UAP deze eisen niet stelde. [B] had volgens [A] moeten waarschuwen voor deze wezenlijke verschillen en controleren of aan de nieuwe eisen werd voldaan.
De rechtbank verwierp het verweer van verjaring omdat niet vaststond dat [A] op het moment van ontvangst van de nieuwe polisvoorwaarden al subjectief op de hoogte was van zijn schade. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat [B] niet voldoende had betwist dat hij niet uitdrukkelijk had gewezen op de verschillen in beveiligingseisen, waardoor hij tekort was geschoten in zijn zorgplicht.
De rechtbank stelde vast dat het enkel meesturen van een begeleidende brief onvoldoende was en dat van een redelijk handelend en vakbekwaam verzekeringstussenpersoon mag worden verwacht dat hij de verzekerde uitdrukkelijk wijst op wezenlijke wijzigingen in de polisvoorwaarden. De zaak werd aangehouden voor nadere bewijslevering over de redelijkheid van de gevorderde schadevergoeding en eventuele deskundigenbenoeming.
Uitkomst: De verzekeringstussenpersoon is aansprakelijk voor het niet uitdrukkelijk wijzen op strengere beveiligingseisen bij oversluiten, zaak aangehouden voor nadere bewijslevering over schade.