ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9065
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verval van het beroep op dwaling en schadevordering in studieovereenkomst met Universiteit van Amsterdam
Eiser sloot in 2004 een studieovereenkomst met de Universiteit van Amsterdam (UvA) voor een masteropleiding International Finance. Hij klaagde in maart 2005 over de opleiding en vorderde nakoming van de overeenkomst, ondanks dat hij de opleiding tot het einde van het studiejaar bleef volgen. In juni 2005 vernietigde eiser de overeenkomst met beroep op dwaling en eiste terugbetaling van collegegeld en schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat door het voortzetten van de opleiding na de klacht en het vorderen van nakoming, eiser de overeenkomst heeft bevestigd, waardoor zijn bevoegdheid om zich op dwaling te beroepen is komen te vervallen. Hoewel bevestiging in principe niet leidt tot verval van een schadevordering wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, oordeelt de rechtbank dat eiser door zijn eigen gedragingen het gerechtvaardigd vertrouwen bij de UvA heeft gewekt dat hij geen schadevergoeding meer zou vorderen.
De UvA heeft betwist dat zij onjuiste informatie heeft verstrekt en stelt dat de opleiding na accreditatie wettelijk erkend is. De rechtbank laat in het midden of wanprestatie of onrechtmatige daad is gepleegd en of er causaal verband bestaat met de schade. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens bevestiging van de overeenkomst en verwerking van zijn recht op schadevergoeding.