ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0486
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Verplichting Holdings tot betaling aan Fortis Capital uit financieringsconstructie 1999 bevestigd
In deze zaak vordert Fortis Capital Company Limited (FCC) betaling van €362.511.000 van de Holdings, voortvloeiend uit een financieringsstructuur uit 1999. FCC heeft preferente aandelen uitgegeven die door de Holdings onvoorwaardelijk moesten worden afgelost bij keuze voor Cash Settlement, hetgeen in 2009 is gebeurd.
De Holdings betwisten hun betalingsverplichting met het argument dat de oorspronkelijke afspraken zijn gemaakt binnen het Fortis concern en dat de verkoop van Fortis Bank Nederland Holding aan de Nederlandse Staat in 2008 een onvoorziene omstandigheid vormt die nakoming onmogelijk maakt. Zij beroepen zich ook op artikel 2.2 van de Support Agreement, waarin gesteld wordt dat bij het uitblijven van dividenduitkeringen geen betalingsverplichting bestaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Holdings zich onvoorwaardelijk hebben verbonden tot betaling, zoals blijkt uit de Support Agreement en Offering Circular. Het beroep op onvoorziene omstandigheden en artikel 2.2 faalt, mede vanwege het belang van vertrouwen in de kapitaalmarkt. De vordering tot afgifte van bescheiden wordt gedeeltelijk toegewezen. De tegenvordering van de Holdings wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en noodzaak van nader onderzoek. De Holdings worden veroordeeld tot betaling en proceskosten.
Uitkomst: De Holdings worden veroordeeld tot betaling van €362.511.000 aan Fortis Capital en afgifte van bepaalde bescheiden.