ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1029
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens wegens motiveringsgebrek
Eisers ontvingen bijstand op grond van de WWB, die op 4 april 2008 werd ingetrokken wegens overschrijding van de vermogensgrens. Verweerder stelde dat het vermogen van eisers, inclusief een bankrekening in Marokko, de grens overschreed. Eisers betwistten dit en stelden dat een deel van het geld bestemd was voor begrafeniskosten en niet van hen was, maar van hun zoons.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het vermogen niet aan hen toebehoorde. De bankafschriften en verklaringen boden onvoldoende objectieve onderbouwing. Ook werd het vermogen correct vastgesteld, inclusief het saldo bij aanvang van de bijstand. Wel was sprake van een motiveringsgebrek omdat verweerder niet had onderzocht wat de gevolgen waren van een opname van een groot bedrag na de intrekking, waardoor het vermogen mogelijk weer onder de grens was gekomen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Eisers konden tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.