ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1247
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende bij splitsingsvergunning erkend wegens wijziging woonsituatie
Eiser stelde beroep in tegen de splitsingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor het splitsen van een gebouw in vier appartementen. Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende zou zijn. Eiser voerde aan dat hij wel belanghebbende is omdat de gasinstallatie niet aan de gestelde eisen voldoet en de vergunning zijn woonsituatie beïnvloedt.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepalend is of de vergunning het woonrecht eerbiedigt en in hoeverre de vergunning invloed heeft op de woonsituatie van de huurder. De rechtbank stelde vast dat de verleende vergunning het woonrecht respecteert, maar wel een wijziging in de woonsituatie van eiser brengt vanwege de gestelde voorwaarden over kwaliteitsverklaringen en werkzaamheden aan de woning.
De rechtbank concludeerde dat eiser hierdoor een objectief bepaalbaar belang heeft en dus belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en erkent eiser als belanghebbende bij de splitsingsvergunning.