ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1688
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing van strafzaak tegen gemeente Amsterdam wegens lopend cassatieberoep
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 april 2009 besloten de strafzaak tegen de gemeente Amsterdam aan te houden. Dit besluit volgt op een complex proces over de ontvankelijkheid van de officier van justitie met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde.
Eerder had de rechtbank het primair tenlastegelegde verworpen wegens ontijdigheid en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard voor het subsidiair tenlastegelegde. Het gerechtshof Amsterdam verklaarde de officier van justitie vervolgens niet-ontvankelijk in hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om over het subsidiaire deel te beslissen voordat over het primaire deel was beslist.
De gemeente is tegen dit arrest in cassatie gegaan, maar de middelen zijn nog niet geformuleerd en er is geen zicht op een beslissing. De rechtbank oordeelt dat de strafzaak geschorst moet worden zolang het cassatieberoep loopt, omdat de behandeling van een deel van een gelede tenlastelegging niet kan worden voortgezet zonder onherroepelijke beslissing over het andere deel.
De officier van justitie heeft erkend dat de zaak geschorst is en heeft de gemeente niet opgeroepen voor de regiezitting van 2 april 2009, waar beide partijen wel verschenen en hun standpunten hebben toegelicht. De rechtbank bepaalt dat de zaak voor onbepaalde tijd wordt aangehouden totdat het hoger beroep onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: De strafzaak tegen de gemeente Amsterdam wordt geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.