ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1720
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op WW-uitkering tijdens vakantieperiodes in het buitenland
Eiser ontving een WW-uitkering die door verweerder werd herzien en beëindigd vanwege verblijf in het buitenland anders dan wegens vakantie. Verweerder stelde dat eiser per 16 augustus 2007 was geëmigreerd, later aangepast naar 30 november 2007. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij in december 2007 vakantie genoot in Frankrijk en dat hij in juli 2007 in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat eiser in juli 2007 in het buitenland verbleef, mede gelet op een verklaring van een buurman. Voor december 2007 stelde eiser dat hij vakantie genoot, wat volgens de Vakantieregeling WW rechtvaardigt dat de uitkering wordt voortgezet. De rechtbank stelde vast dat eiser aan de voorwaarden voldeed en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het verblijf niet als vakantie zou gelden.
Het besluit van verweerder werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en het verzoek om schadevergoeding vanwege het fraudeonderzoek. Tevens werd verweerder verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen waarbij de vakantieperiodes worden erkend.