ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1758
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Lijfsdwang bij alimentatievordering niet mogelijk na faillissement alimentatieplichtige
Eiseres vordert uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang van een alimentatiebeschikking tegen gedaagde, die in staat van faillissement is verklaard. Gedaagde zou zijn alimentatieverplichtingen niet zijn nagekomen en verblijft mogelijk in het buitenland.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 33 lid 1 Faillissementswet Pro een vonnis niet bij lijfsdwang kan worden uitgevoerd indien de schuldenaar failliet is. Een uitzondering geldt alleen voor uitkeringen tot levensonderhoud, maar in deze zaak is niet gebleken dat lijfsdwang zou leiden tot voldoening uit middelen buiten het faillissement.
De vordering tot lijfsdwang wordt afgewezen. Ook de vorderingen tot executiekosten en onvoorwaardelijke nakoming van de beschikking worden niet toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot lijfsdwang wordt afgewezen vanwege het faillissement van gedaagde; proceskosten worden gecompenseerd.