ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1789
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- K.D. van Ringen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opleggen dwangakkoord bij geprognosticeerde schuldregeling
Verzoekers, een echtpaar met aanzienlijke schuldenlast, hebben een schuldregeling aangeboden waarbij zij tegen finale kwijting circa 27,58% van de vorderingen willen voldoen. Deze regeling is aanvaard door twee schuldeisers, maar ING Bank heeft bezwaar gemaakt en geweigerd in te stemmen. De rechtbank heeft het verzoek van verzoekers om ING te bevelen in te stemmen met het dwangakkoord behandeld.
Uit de stukken blijkt dat verzoekers hun financiële situatie hebben verbeterd door hun woning te verkopen en een goedkopere woning te kopen, en dat zij een spaartraject zijn gestart op basis van geprognosticeerde afloscapaciteit. Verzoekster heeft onregelmatige inkomsten uit freelance werk en ontvangt een WW-uitkering, terwijl verzoeker een vast dienstverband heeft. ING betoogt dat verzoekers onvoldoende garanties bieden dat zij de schuldregeling kunnen nakomen en dat een wettelijke schuldsanering met bewindvoerder en rechter-commissaris meer zekerheid biedt.
De rechtbank oordeelt dat ING in redelijkheid tot weigering kon komen omdat de aangeboden regeling geen betaling ineens behelst en onvoldoende waarborgen biedt dat verzoekers daadwerkelijk zullen sparen en hogere aflossingen zullen doen. Bovendien is de kans groot dat in een wettelijke regeling de afloscapaciteit hoger zal zijn door verplicht sollicitatiegedrag en betere controle. Het verzoek tot opleggen van het dwangakkoord wordt daarom afgewezen, evenals het verzoek tot veroordeling van buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat ING in redelijkheid tot weigering kon komen.