ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1821
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering wegens tijdelijke huurwoning ondanks huurbescherming
Eiseres verhuurde haar woning tijdelijk aan huurder y voor een periode van negen maanden tijdens haar verblijf in het buitenland. Na afloop van de huurtermijn weigerde huurder y de woning te verlaten, terwijl eiseres de woning zelf weer wilde betrekken. De huurovereenkomst was duidelijk voor bepaalde tijd en bevatte een opzegging per 30 mei 2009, die huurder y had ondertekend.
Huurder y beriep zich op huurbescherming, maar eiseres stelde dat het ging om een huurovereenkomst van korte duur en dat het handelen van huurder y in strijd was met de goede trouw. De voorzieningenrechter oordeelde dat huurder y van meet af aan wist dat de huurperiode beperkt was en dat het onredelijk was dat hij de woning niet ter beschikking stelde. Daarnaast was er sprake van een spoedeisend belang omdat eiseres niet over haar eigen woning kon beschikken.
De vordering tot ontruiming werd toegewezen en huurder y werd veroordeeld om uiterlijk 1 oktober 2009 de woning te verlaten. De machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm werd afgewezen als overbodig. In reconventie werd eiseres veroordeeld tot betaling van het verschil in huurprijs conform een uitspraak van de Huurcommissie, omdat zij niet tegen deze vordering was opgekomen.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld de woning uiterlijk 1 oktober 2009 te verlaten en eiseres krijgt betaling van huurprijsverschil toegewezen.