ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1894
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Bäuerle-Hetebrij
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en tekortkomingen re-integratie UWV
Eiser was sinds 1977 in dienst bij UWV en viel in 2003 uit door rugklachten en later psychische klachten (burn-out). Ondanks meerdere re-integratiepogingen onder begeleiding van bedrijfsarts en casemanagers, bleef eiser arbeidsongeschikt en werd zijn functie opgeheven. UWV zegde de arbeidsovereenkomst op per 1 september 2007 na toestemming van het CWI.
Eiser vorderde schadevergoeding primair op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens onvoldoende zorgplicht van UWV, en subsidiair op grond van kennelijk onredelijk ontslag (artikel 7:681 lid 2 BW Pro). De kantonrechter oordeelde dat de zorgplicht uit artikel 7:658 BW Pro niet van toepassing is op de re-integratieverplichtingen en dat het beroep daarop faalt.
Wel is geoordeeld dat UWV tekort is geschoten in de begeleiding van de re-integratie, wat mede heeft bijgedragen aan het mislukken daarvan. Dit leidt tot de conclusie dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Gezien de omstandigheden en reeds getroffen financiële voorzieningen, kent de kantonrechter een schadevergoeding van €5.000 toe.
Daarnaast is vastgesteld dat UWV gehouden is tot betaling van 24,5 niet-genoten vakantiedagen, met verrekening van reeds betaalde bedragen en wettelijke rente. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: UWV wordt veroordeeld tot betaling van €5.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en vergoeding van niet-genoten vakantiedagen.