ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3544
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal derdenbeslag voor beslagvrije voet van schuldenaar
In deze zaak vordert eiser de opheffing van een executoriaal derdenbeslag dat ICS heeft gelegd op zijn bankrekening bij ING, omdat dit beslag de beslagvrije voet van zijn inkomen raakt. Eiser ontvangt een prepensioenuitkering en een gedeeltelijke WAO-uitkering, samen circa €1.045 netto per maand. ICS had eerder beslag gelegd onder het pensioenfonds, waarbij een beslagvrije voet werd vastgesteld.
ICS legde vervolgens beslag op de bankrekening van eiser, waarop een bedrag stond dat vrijwel geheel bestond uit de uitkering van het pensioenfonds. Eiser stelt dat ICS misbruik van recht maakt door het volledige saldo te verhalen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet, terwijl ICS stelt dat het saldo op de bankrekening niet langer een vordering tot periodieke betaling is en dus geen beslagvrije voet geldt.
De rechtbank oordeelt dat ICS onrechtmatig handelt door het volledige saldo te verhalen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet, omdat anders de bescherming van de beslagvrije voet illusoir wordt. Het beslag wordt daarom gedeeltelijk opgeheven tot het bedrag van de beslagvrije voet van €1.248,32. ICS wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het beslag onder de bankrekening wordt opgeheven voor het bedrag van de beslagvrije voet van €1.248,32.