ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4753
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G. Ellerbroek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij executiegeschil in kort geding
In deze zaak vordert eiser schorsing van de executie van een vonnis waarbij hij tot betaling van proceskosten is veroordeeld. Ymere voert primair aan dat de kantonrechter onbevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. De kantonrechter onderzoekt zijn bevoegdheid op grond van de relevante wetsartikelen.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 438 lid 1 en Pro 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) executiegeschillen worden behandeld door de voorzieningenrechter van de rechtbank en niet door de kantonrechter, ook niet in kort geding. Artikel 254 lid 4 Rv Pro geeft wel bevoegdheid aan de kantonrechter om voorzieningen te treffen in kantonzaken, maar dit betekent niet dat de kantonrechter als voorzieningenrechter in de zin van artikel 438 lid 2 Rv Pro moet worden aangemerkt.
De kantonrechter concludeert dat hij niet bevoegd is tot berechting van het executiegeschil en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter van de civiele sector. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op €400,00. De uitspraak is gedaan door kantonrechter S.G. Ellerbroek op 12 augustus 2009.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst het executiegeschil naar de voorzieningenrechter van de civiele sector.