ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4841
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal en poging tot diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 mei 2009 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Gdansk, Polen. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wegens meerdere diefstal- en poging tot diefstal feiten, gepleegd door twee of meer verenigde personen, met een resterende strafduur van 2 jaar.
De verdachte werd bijgestaan door een tolk en zijn raadsman, die verweer voerde tegen de overlevering op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), stellende dat de verdachte niet persoonlijk was opgeroepen voor de zitting en dat een garantie voor een nieuw proces ontbrak. De rechtbank oordeelde echter dat het verzamelvonnis geen 'criminal charge' in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens betrof, waardoor een dergelijke garantie niet vereist was. Voor de onderliggende zaken was de verdachte wel persoonlijk opgeroepen of aanwezig geweest, waardoor de overlevering niet kon worden geweigerd.
Verder voerde de raadsman aan dat de verdachte mogelijk de opgelegde straf reeds had uitgezeten. De rechtbank concludeerde op basis van de stukken dat de straf die de verdachte had uitgezeten werd toegerekend aan de verzamelstraf en dat het eerdere verzamelvonnis niet langer geldig was, zodat de overlevering niet kon worden geweigerd op die grond.
De rechtbank stelde vast dat aan alle voorwaarden van de OLW was voldaan, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid, en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de resterende vrijheidsstraf.