ECLI:NL:RBAMS:2009:BK5961
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G. Ellerbroek
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst met toekenning schadevergoeding
Werknemer trad op 1 januari 2006 in dienst bij werkgever TW4. De arbeidsovereenkomst bevatte een opzegtermijn van drie maanden voor beide partijen. Werkgever zegde de overeenkomst op per 31 januari 2008, met een opzegtermijn van één maand, wat werknemer betwistte als strijdig met de wettelijke bepalingen.
Werknemer stelde dat artikel 7:672 lid 6 BW Pro voorschrijft dat de opzegtermijn voor de werkgever niet korter mag zijn dan het dubbele van die voor de werknemer. Hierdoor zou de opzegtermijn voor werkgever zes maanden moeten zijn, minus een maand vanwege ontslagvergunning, resulterend in vijf maanden. Werknemer vorderde daarom schadevergoeding over vier maanden loon wegens onregelmatig ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat de contractuele opzegtermijn in strijd is met het dwingende recht en vernietigbaar is, maar werknemer heeft zich niet op vernietiging beroepen. Daardoor geldt de contractuele opzegtermijn van twee maanden voor de werkgever in plaats van één maand die werd gehanteerd. De werkgever is dus schadeplichtig en moet een gefixeerde schadevergoeding betalen gelijk aan het loon plus vakantiegeld over één maand.
Voorts wees de rechter de vordering tot betaling van een pro rata dertiende maand en bonus af, omdat werknemer niet meer in dienst was op 31 december en de bonus afhankelijk was van het behalen van jaarlijkse doelstellingen. De overige fringe benefits werden niet als loon aangemerkt. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding gelijk aan loon plus vakantiegeld over één maand wegens onregelmatig ontslag.