ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6863
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belastingadviseur wegens ontbreken opzet bij onjuiste belastingaangiften en valsheid in geschrift
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 november 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een belastingadviseur die werd verdacht van valsheid in geschrift en het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften. De tenlastelegging betrof de waardering van aandelen die haar cliënten, directeuren en grootaandeelhouders van twee vennootschappen, aan hun eigen vennootschappen verkochten om hun schuld af te lossen. Het Openbaar Ministerie stelde dat de aandelen te hoog waren gewaardeerd, waardoor onjuiste aangiften werden gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de cliënten de aandelen inderdaad tegen een prijs verkochten die ver boven de marktwaarde lag en daarmee opzettelijk onjuiste aangiften hebben gedaan. De belastingadviseur had hen weliswaar geadviseerd over de noodzaak van marktconforme waardering, maar heeft niet beseft of behoeven te beseffen dat de waarderingen van haar cliënten onjuist waren. Zij had zich laten overtuigen door haar cliënten en heeft daardoor onbedoeld haar goedkeuring gegeven aan de waarderingsmethode.
De rechtbank verwierp ook het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens vormverzuimen en schending van het gelijkheidsbeginsel. De belastingadviseur werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank achtte geen bewijs dat zij opzettelijk onjuiste aangiften heeft verzorgd of betrokken was bij het opmaken van valse koopakten.
Uitkomst: De belastingadviseur wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift en het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften wegens ontbreken van bewijs van opzet.