ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7556

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09-645 WWB
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J. Polak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 WWBArt. 17 WWBArt. 30c Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenArt. 7:12 AwbArt. 8:74 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsplicht

Eiser ontvangt sinds juli 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Amsterdam heeft zijn bijstandsuitkering met ingang van 1 december 2008 ingetrokken wegens het niet verlenen van medewerking aan een onderzoek door de Dienst Werk en Inkomen (DWI).

Eiser stelde bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de gemeente eerst de uitkering had moeten opschorten en hem de gelegenheid had moeten geven om het verzuim te herstellen, conform artikel 54 van Pro de WWB. De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet heeft voldaan aan deze wettelijke vereiste. Het enkel wijzen op de gevolgen van weigering tot medewerking tijdens het gesprek is onvoldoende als herstelmogelijkheid.

Daarnaast is de aanvullende motivering van de gemeente dat eiser zijn inlichtingenplicht schond door geen informatie te verstrekken over een toekomstig verblijf in Frankrijk niet juist, omdat de wet dit niet vereist.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de gemeente binnen zes weken een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuwe beslissing nemen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09/645 WWB
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak tussen:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde mr. R.A. Heijningen,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
verweerder,
gemachtigde [gemachtigde verweerder].
1. Procesverloop
Verweerder heeft bij besluit van 19 december 2008 het recht op bijstand van eiser met ingang van 1 december 2008 ingetrokken.
Bij besluit van 13 februari 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 november 2009. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij voornoemde gemachtigde.
2. Overwegingen
2.1. Eiser ontvangt sinds 1 juli 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), naar de norm voor een alleenstaande, ouder dan 65 jaar.
2.2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser met ingang van 1 december 2008 beëindigd op grond van artikel 54, derde lid, van de WWB, omdat eiser tijdens het gesprek op 1 december 2008 geen medewerking heeft verleend aan het onderzoek van de Dienst Werk en Inkomen (DWI). In het rapport van bevindingen van 15 december 2008 is gedetailleerd gerapporteerd omtrent eisers gedragingen tijdens het onderhoud en het feit dat eiser staande dit onderzoek de spreekkamer verliet.
2.3. In beroep heeft eiser aangevoerd dat verweerder eiser de gelegenheid had dienen te geven om herstel te bieden. Verweerder had eerst bij schending van de medewerkingsplicht op grond van artikel 17, tweede lid, van de WWB de uitkering dienen op te schorten, alvorens tot intrekking van de uitkering over te gaan.
2.4. Ingevolge artikel 54, derde lid, van de WWB kan het college, onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand en terzake van weigering van bijstand, een dergelijk besluit herzien of intrekken indien:
a) het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand;
b) anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
2.5. Verweerder heeft in het bestreden besluit bepaald dat er sprake is van schending van de medewerkingsplicht van artikel 17, tweede lid, van de WWB. Volgens artikel 54 van Pro de WWB in samenhang met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 juli 2001 (te vinden op www.rechtspraak.nl, onder LJ-nummer: AL1282) kan in een dergelijke situatie echter niet tot beëindiging of herziening van de uitkering worden besloten, indien niet eerst de uitkering wordt opgeschort. In het opschortingsbesluit dient eiser te worden gewezen op zijn verzuim en dient hem een termijn te worden gesteld waarbinnen dit verzuim dient te worden hersteld.
2.6. De rechtbank is van oordeel dat met de handelwijze van verweerder niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 54 van Pro de WWB, zodat er geen grondslag is om tot beëindiging van de bijstandsverlening aan eiser over te gaan. De omstandigheid dat eiser tijdens het gesprek gewezen is op de gevolgen van zijn weigering tot medewerking kan niet aangemerkt worden als een herstelmogelijkheid als bedoeld in artikel 54, tweede lid van de WWB.
2.7. Ter zitting heeft verweerder nog als aanvullende motivering aan het bestreden besluit toegevoegd dat eiser tevens zijn inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB heeft geschonden, omdat eiser geen inlichtingen wilde verstrekken over zijn toekomstige verblijf in Frankrijk voor een controleafspraak in het ziekenhuis. De rechtbank acht deze aanvullende motivering niet juist. Eiser hoeft immers op grond van de bijstandswetgeving geen inlichtingen aan de DWI te verstrekken over een toekomstig verblijf in het buitenland. Eiser had dan ook op het moment van het gesprek van 1 december 2008 voldoende informatie verstrekt.
2.8. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Het beroep zal gegrond worden verklaard. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen vanwege strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder zal een nieuw besluit op het bezwaarschrift moeten nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
2.9. Op grond van het bepaalde in artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht met betrekking tot het beroep te vergoeden. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten van eiser, welke zijn begroot op € 644,00 als kosten van verleende rechtsbijstand. Daarbij is 1 punt toegekend voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, in een zaak van gemiddeld gewicht (wegingsfactor 1).
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak een nieuwe beslissing neemt op de bezwaren van eiser met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 41,00 (zegge: eenenveertig euro) aan eiser vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de kosten van het geding, aan de zijde van eiser begroot op € 644,00 (zegge: zeshonderd vierenveertig euro), te betalen door verweerder aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. van Boheemen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2009.
De griffier, De rechter,
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
Afschrift verzonden op:
DOC: B
SB