ECLI:NL:RBAMS:2009:BK9761
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omrekening buitenlandse valuta en aanvraagtermijn AOW-pensioen
Eiser heeft bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een AOW-pensioen aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf maart 2007. De Svb kende het pensioen toe met ingang van juni 2007 en wees het bezwaar van eiser hiertegen af. Eiser stelde dat de omrekening van het inkomen van zijn partner uit Antilliaanse gulden naar euro onjuist was uitgevoerd en dat hij recht had op een eerdere ingangsdatum van het pensioen.
De rechtbank overweegt dat de Svb het systeem hanteert dat binnen de EU wordt gebruikt voor de omrekening van valuta’s van niet-eu landen naar euro’s, gebaseerd op fictieve kwartaalkoersen zoals voorgeschreven in artikel 107 van Pro Verordening 574/72. Dit beleid is ook toegepast op de Antilliaanse gulden. De rechtbank ziet geen onjuiste toepassing van artikel 9, eerste lid, van het Inkomensbesluit AOW 1996.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser onvoldoende oplettendheid heeft betracht door het aanvraagformulier niet tijdig in te dienen en dat er geen sprake is van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigt. Eiser had het formulier kunnen indienen met de mededeling dat informatie over het inkomen later zou volgen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt toegekend met ingang van juni 2007.