ECLI:NL:RBAMS:2009:BL1425
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M.P.M. Strengers
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding ingehouden Zorgverzekeringswet-premie op verevend ouderdomspensioen
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 1993 gescheiden. In 1996 sloten zij een dadingsovereenkomst waarbij de onderhoudsverplichting werd afgekocht en werd vastgesteld dat de ex-echtgenoot recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen van de ander.
Sinds 1 juli 2007 betaalt de vereveningsplichtige ex-echtgenoot de helft van zijn ouderdomspensioen aan de vereveningsgerechtigde ex-echtgenote. Op het pensioen houdt het Shell Pensioenfonds de wettelijk verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (Zvw) in. De ex-echtgenote ontvangt hierdoor minder dan haar volledige deel, terwijl op haar loon de maximale Zvw-premie wordt ingehouden.
De kantonrechter stelt vast dat de ex-echtgenote geen recht heeft op directe betaling van het pensioen door het pensioenfonds, omdat geen mededeling aan het fonds is gedaan binnen de wettelijke termijn. De inhouding van de Zvw-premie volgt uit wettelijke bepalingen en is niet onrechtmatig. De ex-echtgenote kan geen vergoeding vorderen van de ex-echtgenoot, omdat het nadeel voortvloeit uit het wettelijke systeem en niet aan zijn schuld te wijten is.
De vordering wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van de ingehouden Zorgverzekeringswet-premie op het verevend ouderdomspensioen wordt afgewezen.