ECLI:NL:RBAMS:2009:BL3202
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- L.C. Bachrach
- M.L. van Emmerik
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugbetaling ten onrechte verleende bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Eiser ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder, terwijl verweerder vaststelde dat hij in de periode van 1 juli 1997 tot 17 maart 1999 een gezamenlijke huishouding voerde met [persoon 1]. Omdat deze gezamenlijke huishouding niet was gemeld, werd de bijstand aan [persoon 1] ten onrechte verleend. Verweerder stelde eiser hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van €4.374,21.
Eiser betwistte het bestaan van een gezamenlijke huishouding en voerde aan dat alleen het feit dat er kinderen waren geen gezamenlijke huishouding bewijst. De rechtbank stelde vast dat uit verklaringen onder ambtseed bleek dat eiser de vader was van twee kinderen met [persoon 1], wat volgens artikel 3, vierde lid, WWB een onweerlegbaar vermoeden van gezamenlijke huishouding oplevert.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser en [persoon 1] hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres, wat werd bevestigd door formulieren en inschrijvingen in de Gemeentelijke Basis Administratie. Hierdoor was sprake van een gezamenlijke huishouding en had [persoon 1] de inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden.
Verweerder was daarom bevoegd om de bijstand terug te vorderen en eiser hoofdelijk aansprakelijk te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Eiser is hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling van €4.374,21 bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.