ECLI:NL:RBAMS:2009:BL3593
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband bij veronderstelde schuldheling gestolen reuzenrad
De eigenaar van een gestolen reuzenrad vorderde schadevergoeding van een metaalbedrijf dat de gestolen onderdelen had gekocht, versneden en doorverkocht voor vernietiging. De rechtbank liet in het midden of sprake was van schuldheling, maar wees de vordering af wegens het ontbreken van causaal verband.
De diefstal van de reuzenradonderdelen vond plaats op 22 mei 2005, waarna de onderdelen op 23 mei door het metaalbedrijf werden gekocht en versneden. De diefstal werd pas op 26 mei ontdekt en gemeld. De rechtbank oordeelde dat zelfs als het metaalbedrijf de onderdelen had geweigerd, de dieven ze waarschijnlijk via een andere weg hadden laten verdwijnen.
De rechtbank stelde dat de schade primair door de diefstal was veroorzaakt en dat de vermeende schuldheling slechts samen met de diefstal schade zou kunnen veroorzaken. Omdat eiser onvoldoende had gesteld dat hem een reële kans op revindicatie was ontnomen, kon de schade niet aan het metaalbedrijf worden toegerekend. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden werd verworpen.
De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde partij.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens veronderstelde schuldheling wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.