ECLI:NL:RBAMS:2009:BL5939
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende bewijs niet-woning
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg deze met ingang van 14 september 2009 ingetrokken door verweerder, omdat uit een huisbezoek zou blijken dat hij niet op het opgegeven adres woonde.
Verzoeker betwistte dit besluit en stelde dat hij wel degelijk op het adres woonde. De rechtbank onderzocht het rapport van het huisbezoek, waarin onder meer kledingstukken en administratie van verzoeker waren aangetroffen. Ook werd vastgesteld dat de huisgenoot meer spullen had, maar dit was onvoldoende om te concluderen dat verzoeker niet woonde op het adres.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en vernietigde het besluit. Tevens werd het primaire besluit herroepen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechter onmiddellijk in de hoofdzaak uitspraak deed. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat verzoeker niet op het opgegeven adres woonde.