ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6846
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Hees
- M.V. Ulrici
- Th. P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter die een incidentele vordering had toegewezen in een lopende huurgeschilprocedure. Zij stelden dat de rechter zich in het incidentvonnis zodanig over de hoofdzaak had uitgelaten dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de rechter daardoor objectief partijdig was.
De rechtbank oordeelde dat het inherent is aan een beslissing in een incident om een voorlopige blik op de hoofdzaak te werpen, zonder dat dit leidt tot schending van hoor en wederhoor of tot vooringenomenheid. De rechter had een voorlopig oordeel gegeven op basis van de gegevens in het incident, maar was niet gebonden aan die voorlopige beslissing in de hoofdzaak.
Verder stelde de rechtbank dat de bezwaren tegen het vonnis in hoger beroep kunnen worden behandeld en dat in een wrakingsprocedure niet kan worden geprocedeerd tegen onwelgevallige procesbeslissingen. De rechtbank concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigd vermoeden van partijdigheid.