ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6849
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in voorlopige hechteniszaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen twee leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, omdat deze rechters eerder hadden beslist over verzoeken tot opheffing of schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Verzoeker stelde dat deze rechters niet autonoom hadden getoetst of de vrijheidsbeneming nog gerechtvaardigd was, waardoor zij niet langer onpartijdig zouden zijn.
De rechtbank overwoog dat in een wrakingsprocedure niet kan worden geprocedeerd tegen onwelgevallige procesbeslissingen, tenzij de motivering van die beslissingen zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft. De rechtbank vond dat de betrokken raadkamerbeslissingen niet aan deze hoge maatstaf voldeden en dat de rechters moesten worden vermoed onpartijdig te zijn.
De rechters hadden gemotiveerd betwist dat zij partijdig waren of de schijn daarvan hadden gewekt. De officier van justitie ondersteunde de afwijzing van het wrakingsverzoek. De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek niet gegrond was en wees het af. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open op grond van artikel 515 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.