ECLI:NL:RBAMS:2009:BN3609
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Verdrag van Montreal en aansprakelijkheid El Al voor val bagagestuk aan boord
In deze civiele zaak vordert eiseres, woonachtig te Amsterdam, schadevergoeding van luchtvaartmaatschappij El Al Israel Airlines Ltd naar aanleiding van een incident waarbij een bagagestuk van een medepassagier op haar hoofd viel tijdens een vlucht. De rechtbank beoordeelt eerst welk internationaal verdrag van toepassing is op de vervoersovereenkomst. In een tussenvonnis werd het Verdrag van Warschau aangenomen, maar El Al betoogt dat het Verdrag van Montreal van toepassing is vanwege een retourvlucht Amsterdam-Tel Aviv-Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat het Verdrag van Montreal inderdaad van toepassing is, omdat de vervoersovereenkomst een retourvlucht betreft en het hoofdzetel van El Al in Tel Aviv geen uitsluiting van het Verdrag oplevert. Vervolgens wordt onderzocht of het incident kan worden gekwalificeerd als een "ongeval" in de zin van artikel 17 van Pro het Verdrag van Montreal. Hoewel het vaststaat dat het bagagestuk onverwacht en buiten de persoon van eiseres viel, ontbreekt het vereiste verband tussen het incident en het luchtvervoer, waardoor geen sprake is van een ongeval.
Eiseres stelt daarnaast dat El Al op grond van het Nederlandse recht aansprakelijk is wegens nalatigheid van het cabinepersoneel, met name door onvoldoende controle op het gewicht en de afmetingen van de handbagage en het niet assisteren van de medepassagier. De rechtbank oordeelt dat het cabinepersoneel geen absolute verplichting had om te assisteren en dat onvoldoende controle alleen relevant is als het bagagestuk niet aan de voorschriften voldeed. Eiseres mag bewijs leveren dat het bagagestuk te zwaar of te groot was.
De incidentele vorderingen tot voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de vordering niet voldoende vaststaat. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorzieningen af en bepaalt dat het Verdrag van Montreal van toepassing is op de vervoersovereenkomst.