ECLI:NL:RBAMS:2009:BP0757
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding en toewijzing pensioen- en verzekeringsrechten na verzwijging bij echtscheiding
Partijen zijn in 1962 in gemeenschap van goederen getrouwd en in 1990 gescheiden. Bij de verdeling van de gemeenschap zijn meerdere pensioenen en verzekeringen niet betrokken, terwijl gedaagde wist dat deze tot de gemeenschap behoorden. Eiseres ontdekte dit in 2006 en stelde gedaagde aansprakelijk voor verzwijging.
Gedaagde betwistte aanvankelijk het bestaan van de verzekeringen, maar erkende later enkele polissen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde opzettelijk deze pensioenen en verzekeringen voor eiseres heeft verborgen gehouden, in strijd met artikel 3:194 lid 2 BW Pro. Hierdoor verbeurt hij zijn aandeel en moet hij niet alleen het deel van eiseres overdragen, maar ook zijn eigen aandeel.
De waarde van de afgekochte polissen wordt vastgesteld op basis van de afkoopwaarde en vervangende waarde, waarbij gedaagde het bewijsrisico draagt. De wettelijke rente wordt toegekend vanaf de datum van ingebrekestelling, hier de dagvaarding van 27 oktober 2008. De rechtbank gelast een comparitie om bewijs te bespreken en/of schikking te beproeven.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot overdracht van pensioen- en verzekeringsrechten en betaling van de waarde met wettelijke rente vanaf dagvaarding.