ECLI:NL:RBAMS:2010:9471
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning coffeeshop op grond van Wet Bibob
Verzoeker, exploitant van een coffeeshop, vroeg om een voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder tot weigering van zijn exploitatievergunning op grond van de Wet Bibob. Verweerder baseerde het besluit mede op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), waarin ernstige vermoedens van strafbare feiten rondom de exploitatie werden genoemd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder voldoende feiten en omstandigheden had om te vermoeden dat verzoeker strafbare feiten had gepleegd, waaronder handel in softdrugs en witwassen. Dit werd onderbouwd door doorzoekingen waarbij grote hoeveelheden softdrugs en contant geld werden aangetroffen. Verzoekers tegenbewijs, onder meer over de herkomst van het geld via een stichting, was onvoldoende overtuigend.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de weigering van de vergunning niet onrechtmatig was en dat het belang van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij voortzetting van de exploitatie. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning wordt afgewezen.