ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9119
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Poolse verdachte wegens illegale drugshandel ondanks onvoldoende vijfjarig rechtmatig verblijf in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten wegens illegale handel in verdovende middelen. De verdachte moest aantonen dat hij sinds vijf jaar rechtmatig en ononderbroken in Nederland verbleef, een vereiste op grond van artikel 6 lid 5 van Pro de Overleveringswet (OLW) en het arrest Wolzenburg van het Hof van Justitie.
De verdachte kon echter niet aantonen dat hij sinds 5 januari 2005 onafgebroken en rechtmatig in Nederland verbleef. De enige stukken die hij overlegde, zoals verklaringen van derden, werden niet als objectief en concreet beschouwd. De rechtbank volgde het advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat het verblijf pas vanaf juli 2006 voldoende was onderbouwd.
De verdediging verzocht om aanhouding van de procedure in afwachting van een verblijfsaanvraag bij de IND, maar dit werd verworpen omdat het bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd geen vereiste is volgens het arrest Wolzenburg. De rechtbank oordeelde dat de overlevering niet geweigerd kan worden op grond van het ontbreken van het vijfjarige verblijf.
Verder werd het verweer dat overlevering niet proportioneel zou zijn omdat de verdachte nog een klein deel van zijn straf hoeft uit te zitten, verworpen. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarbij de belangen van de verdachte werden meegewogen maar ondergeschikt werden geacht aan de ernst van de feiten en de rechtsorde in Polen.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het ontbreken van vijf jaar rechtmatig ononderbroken verblijf in Nederland.