ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1868
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissingen rechtbank Amsterdam over competentie, ontvankelijkheid en onderzoeksverzoeken in strafzaak tegen verdachte
De rechtbank Amsterdam heeft op 3 februari 2010 verschillende beslissingen genomen in de strafzaak tegen verdachte naar aanleiding van preliminaire verweren en verzoeken.
De rechtbank oordeelt dat zij zowel absoluut als relatief bevoegd is de zaak te behandelen, ondanks het beroep op parlementaire immuniteit door verdachte. De immuniteit geldt immers alleen voor uitlatingen binnen de vergaderingen van de Staten-Generaal, niet daarbuiten. Het Openbaar Ministerie wordt ontvankelijk verklaard in de vervolging, ook ten aanzien van de tenlasteleggingen over groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie.
Verschillende verzoeken van de verdediging om deskundigen en getuigen te horen worden beoordeeld. Verzoeken om rechtsgeleerden en ervaringsdeskundigen te horen worden afgewezen omdat deze niet noodzakelijk zijn voor een eerlijk proces en onvoldoende onderbouwd zijn. Wel wordt toegewezen dat drie deskundigen op het gebied van islam en Koran door de rechter-commissaris worden gehoord om het verweer van verdachte feitelijk te onderbouwen.
De zaak wordt aangehouden voor onbepaalde tijd in afwachting van deze verhoren, met een planning voor vijf procesdagen voor de inhoudelijke behandeling. Verdachte en de benadeelde partijen worden opgeroepen voor de volgende zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, het Openbaar Ministerie ontvankelijk, wijst meerdere onderzoeksverzoeken af en draagt de rechter-commissaris op drie islamdeskundigen te horen.