ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6102
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen verlaging WAO-uitkering op grond van EG-Verordening 574/72
Eiser maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering door verweerder, die het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) had eerder vastgesteld dat verweerder niet inhoudelijk op de Europese regelgeving was ingegaan en had het besluit vernietigd met de opdracht tot hernieuwd onderzoek.
De rechtbank beoordeelt of de artikelen 48 en 49 van de EG-Verordening 574/72 van toepassing zijn op de bezwaarprocedure. Uit de jurisprudentie van de CRvB volgt dat deze artikelen niet van toepassing zijn bij uitkeringen toegekend volgens het risicostelsel van artikel 35, waaronder de WAO valt, tenzij sprake is van samenloop van uitkeringen uit meerdere lidstaten. In dit geval is geen sprake van samenloop.
De rechtbank concludeert dat de bezwaartermijn volgens nationaal recht loopt vanaf de dag van ontvangst van het besluit en dat het bezwaar van eiser te laat is ingediend. Eisers beroep op de toepasselijkheid van artikel 49 van Pro de Verordening faalt omdat deze bepaling alleen geldt bij bestaande rechten op uitkeringen uit meerdere lidstaten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de EG-Verordening 574/72 niet van toepassing is.