ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6605
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- W. Tonkens - Gerkema
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag bestuurders beleggingsinstelling na faillissement structured notes
De Stichting Hulp Gedupeerden trad op namens beleggers die via beleggingsinstelling [naam 2] & [naam 3] hadden geïnvesteerd in structured notes van [naam 4] Brothers Nederland, dat failliet ging. De Stichting stelde bestuurders aansprakelijk wegens uitkering van interim dividend terwijl een grote schadeclaim dreigde en legde conservatoir beslag op hun vermogen.
De bestuurders vorderden opheffing van het beslag en voerden aan dat de vordering summierlijk ondeugdelijk was omdat de Stichting onvoldoende had geconcretiseerd welke beleggers zij vertegenwoordigt en de omvang van de schade. Ook konden de bestuurders niet persoonlijk worden verweten dat de AVA de dividenduitkeringen had besloten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Stichting onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een vordering had op de bestuurders, mede omdat onvoldoende inzicht was gegeven in de individuele vorderingen en de aard van de relatie met beleggers (execution only of vermogensbeheer). Ook was onvoldoende aannemelijk dat de bestuurders persoonlijk verwijtbaar hadden gehandeld.
Gelet op het belang van de bestuurders bij opheffing van het beslag en de geringe kans op toewijzing van de vordering, werden de beslagen opgeheven. De Stichting werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten en veroordeeld om bij een volgende beslaglegging dit vonnis over te leggen, onder dwangsom.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de bestuurders wordt opgeheven wegens summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering.