ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6810
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. Os van den Abeelen
- C.J. Polak
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag op grond van onweerlegbaar rechtsvermoeden samenwoning
Eiser diende op 11 november 2008 een aanvraag voor bijstand in, welke door verweerder werd afgewezen op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden dat eiser en zijn voormalige geregistreerde partner een gezamenlijke huishouding voeren. Verweerder beriep zich op artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, van de WWB en stelde dat de termijn van twee jaar, waarin het rechtsvermoeden geldt, opnieuw was gaan lopen na een eerdere afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat het rechtsvermoeden slechts eenmaal kan aanvangen en dat de termijn van twee jaar niet telkens opnieuw kan gaan lopen bij elke nieuwe aanvraag. Omdat het geregistreerd partnerschap van eiser meer dan twee jaar voor de aanvraag was beëindigd, mocht verweerder het rechtsvermoeden niet toepassen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.