ECLI:NL:RBAMS:2010:BL8973
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- A.W.H. Vink
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens inzet criminele burgerinfiltrant zonder wettelijke waarborgen
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat het openbaar ministerie gedurende langere tijd heeft toegestaan dat het Duitse Zoll Kriminal Amt (ZKA) op Nederlands grondgebied een criminele burgerinfiltrant inzette zonder te voldoen aan de in Nederland geldende wettelijke waarborgen. Deze infiltrant, sinds januari 2008 werkzaam voor het ZKA, leverde informatie over een criminele groep die voorbereidingen trof voor de invoer van cocaïne via Hamburg.
Ondanks dat het openbaar ministerie vanaf 30 maart 2009 op de hoogte was van de inzet van deze infiltrant en diens actieve deelname aan strafbare voorbereidingshandelingen in Nederland, is deze informatie niet in het dossier opgenomen. Dit leidde tot een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde en het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling.
De verdediging voerde aan dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze schending. Het OM betoogde dat de infiltrant zelfstandig strafbare feiten had gepleegd zonder opdracht van de Duitse justitie en dat de informatie over zijn status geheim moest blijven ter bescherming van de informant. De rechtbank verwierp dit standpunt en stelde vast dat het OM haar wettelijke plicht had verzaakt.
Gelet op deze grove veronachtzaming verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van wettelijke waarborgen bij inzet van een criminele burgerinfiltrant.