ECLI:NL:RBAMS:2010:BM0977
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.D. Reiling
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en toekenning schadevergoeding na onherroepelijke vrijspraak wegens uitleveringsdetentie en voorlopige hechtenis
Verzoeker is op 2 juni 2009 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Vervolgens diende hij een verzoek in op grond van artikel 89 en Pro 591a Sv tot toekenning van een schadevergoeding voor de schade die hij heeft geleden door uitleveringsdetentie in Frankrijk en voorlopige hechtenis in Nederland.
De rechtbank overwoog dat op grond van Europeesrechtelijke jurisprudentie de onschuldpresumptie betekent dat de rechter zich bij de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding niet mag uitlaten over de schuld van verzoeker, noch over de gronden van verdenking indien sprake is van een onherroepelijke vrijspraak. De stelling van de officier van justitie dat het zwijgrecht van verzoeker de verdenking in stand hield, werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte gelet op alle omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van verzoeker, gronden van billijkheid aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen. Verzoeker verbleef 13 dagen in uitleveringsdetentie in Frankrijk, 2 dagen op een politiebureau en 348 dagen in een huis van bewaring in Nederland. De vergoeding werd vastgesteld op € 25.785,- plus € 540,- voor de kosten van het verzoekschrift.
Uitkomst: Verzoeker wordt na onherroepelijke vrijspraak een schadevergoeding van € 26.325,- toegekend voor geleden uitleveringsdetentie en voorlopige hechtenis.